Sunday, 26 April 2015

Het Alternatief

Bezorgde dijkbewoners langs de Zuyderzeedijk van Hoorn tot Amsterdam hebben onderstaande brief en memo gestuurd aan onder meer de Deltacommissaris en Minister Schultz. In het bijgaande memo pleiten zij voor het onderzoeken van het uitbreiden van pompcapaciteit om te komen tot een optimale mix tussen pompen en dijkverzwaring.


De brief is op 24 april 2015 verstuurd door vertegenwoordigers van Stichting Dorpsraad Uitdam, Stichting Dorpsraad Warder, Stichting De Kwade Zwaan, Uitdammerdijk sectie 8a/b Durgerdam, Vereniging tot Behoud van het Noordeinde Volendam.



Aan: Deltacommissaris, de heer W. Kuijken,   DG Ruimte en Water, de heer P. Heij
c.c. : RWS, de heer J.H. Dronkers,   Dijkgraaf HHNK de heer L. Kohsiek

Geachte heren Kuijken en Heij,

Op 17 maart jl. bracht u een bezoek aan de vergadering van de Adviesgroep aan de Dijkgraaf in Edam. Door uw aanwezigheid en het aangaan van een discussie met ons over nut en noodzaak, gaf u blijk van uw betrokkenheid bij het dijkverzwaringstraject van de Markermeerdijk Hoorn- Durgerdam. Wij hebben dit zeer gewaardeerd.

Wij realiseren ons dat het uw opgave is Nederland veilig te maken tegen het water in de 21e eeuw volgens wettelijk vastgestelde normen met een lage risicotolerantie. De consequenties van de doorvertaling van deze normen zijn zo ingrijpend, dat het soms heel moeilijk is daar nog een voorstelling van te maken. Feit is tevens dat er in de laatste 100 jaar geen onderhoud aan dit dijktraject heeft plaatsgevonden.

Wij zijn ons er terdege van bewust dat er iets moet gebeuren op het gebied van onderhoud, de vraag is alleen in welke mate en hoe. Er is gekozen voor een werkwijze met als uitgangspunt “sober, robuust en doelmatig”, terwijl wij denken dat men de dijk op zich als provinciaal, maar in onze ogen, ook nationaal monument als uitgangspunt zou moeten nemen. In dit kader zouden we ook liever niet spreken over dijkversterking of -verzwaring, maar over dijkrestauratie. En bij zo’n restauratie zou bij wijze van spreken niet “het slagersmes” gehanteerd moeten worden, maar dat van een “plastisch chirurg”.

Tijdens genoemde bijeenkomst is gezegd dat er keuzes zijn gemaakt in de afweging tussen dijkversterking en het plaatsen van pompen op de Afsluitdijk. Dit heeft bij ons veel vragen opgeleverd. In bijgaande memo hebben wij het vraagstuk rond pompen of dijk versterken nog eens vanuit een breder perspectief op een rij gezet, met als leidraad “hoe kunnen wij de dijk op gepaste wijze, met respect, restaureren en tevens de veiligheid in het gebied waarborgen op een financieel verantwoorde wijze”.

Wij zouden graag samen met u deze zoektocht naar nut en noodzaak willen vervolgen om zodoende tot een expliciete onderbouwde afweging en besluitvorming te komen. Dit vraagstuk ligt op op nationaal niveau, vandaar dat we ons tot u richten. Voor zo’n werkwijze zetten we hierbij graag allemaal onze handtekening.

Met vriendelijke groeten en hoogachting,

Namens: Stichting Dorpsraad Uitdam Jaap Hoekman, Stichting Dorpsraad Warder Wouter de Hollander, Stichting De Kwade Zwaan Manja H.J. Verhorst-van Leeuwen, Uitdammerdijk sectie 8a/b Willem Vrijlandt, Vereniging tot Behoud van het Noordeinde Wim Tuijp


MEMO


POMPEN VERSUS DIJKVERZWARING IN HET IJSSEL- EN MARKERMEERGEBIED


Historie

West- en Noord-Nederland kennen een lange historie van dijken en pompen. In de Middeleeuwen werd dit gebied bedreigd door overstroming als gevolg van het inklinken van veen al dan niet in combinatie met zeespiegelstijging. Om eea te organiseren zijn de Waterschappen ontstaan. In het begin maakte men dijken en werd overtollig water bij laag water (eb) gespuid. Waar dit qua hoogteverschil later niet meer kon ging men steeds meer over op pompen in plaats van spuien. De grote ervaring met dijken en pompen maakten de grote droogmakerijen mogelijk die zo kenmerkend zijn voor ons land.


De hedendaagse status van de Markermeerdijken

De dijken rond het Markermeer zijn in 2006 voor een deel afgekeurd op grond van wettelijke normen. Dit geldt in het bijzonder voor het traject Hoorn-Amsterdam. De afkeur is gebaseerd op een veronderstelde extreme belasting vanaf het Markermeer op de dijk en op veronderstelde faalmechanismen van de dijk die kunnen ontstaan als deze extreme belasting langdurig blijft voortduren.

Dijkbelasting: Een belangrijk begrip is het zgn. maatgevende waterpeil dat in het Markermeer ééns in de 10.000 jaar (kans 1% per eeuw) zou kunnen voorkomen. Men veronderstelt dat dit zou kunnen ontstaan bij een extreme aanvoer van smelt- en regenwater door de IJssel in combinatie met een NW-storm op de Waddenzee waardoor spuien door de Afsluitdijk niet mogelijk is en het waterpeil in het IJsselmeer zou kunnen oplopen tot 1,4 m boven winterpeil (+1 m NAP). Op dit moment heeft men ervoor gekozen dat het Markermeer gebruikt wordt als overloop voor het IJsselmeer, waardoor hier het niveau ook stijgt tot 1,4 m boven winterpeil (+1 m NAP). Men vreest dat als dit hoge waterpeil vervolgens zeven weken lang blijft bestaan, de dijk tussen Hoorn en Amsterdam zo verzadigd raakt met water, dat de dijk instabiel zou kunnen worden en bezwijken (aldus bijgaand stuk HNNK/Tonneijk).

Ter illustratie: In 1998 ontstond de situatie, dat gedurende drie weken water niet kon worden afgevoerd en het peil tot 0,65 m boven het normale peil steeg. De verwachting is, dat extreme weersituaties in Europa gaan toenemen en in combinatie met verdere zeespiegelstijging dit probleem zich in versterkte mate zou kunnen gaan herhalen. Vandaar dat men 1,4 m mede baseert op risico-opslagen, die hoger worden afhankelijk van de tijdshorizon. Bij een tijdshorizon van 25 jaar in plaats van 50 jaar is de risico opslag bijvoorbeeld 0,3 m lager (= 1,1 m boven het winterpeil, +0,7 m NAP).

Dijksterkte: Op grond van het voorgaande is door RWS/HNNK in 2006 geconcludeerd dat onder meer dijktrajecten tussen Hoorn en Amsterdam verzwaard moeten worden c.q. geheel op de schop moeten.
Inmiddels staat deze conclusie uit 2006 onder druk, omdat uit het project Dijken op Veen gebleken is dat dijken op een veenondergrond veel sterker zijn dan eerder gedacht. Daarnaast komen er alternatieve methoden beschikbaar om mogelijke dijkfaalmechanismen anders te beheersen dan door verzwaring.




Groot spanningsveld tussen Dijken op de schop en behoud van Nationaal erfgoed

RWS/HHNK hebben inmiddels grote haast om de werkzaamheden voor de dijkverzwaring tot uitvoer te brengen, omdat de financiële verhoudingen tussen Rijk en Waterschappen in 2021 veranderen en men dan klaar wil zijn. Men staat uiterst sceptisch tegen alternatieven anders dan grootschalige verzwaring in grond en zand.

De consequentie hiervan is, dat de historische Zuyderzeedijk als provinciaal, maar eigenlijk nationaal monument, drastisch en voorgoed wordt veranderd, terwijl deze historische dijk staat voor onze nationale identiteit, dat wat Nederland wereldwijd uniek maakt. Wij, als bewoners, zien als uitdaging hoe onze waterveiligheid en het behoud van Nederlands erfgoed te combineren. In onze optiek kan dijkverzwaring veel beperkter blijven dan eerder voorzien. In het bewonersatelier Uitdam worden in dit kader reeds alternatieven verkend in combinatie met het thema dijksterkte op basis van “joint fact finding”.


Dijkbelasting verlagen door beheersing waterpeil Markermeer

Het essentiële verschil tussen een groot binnenmeer en de zee is, dat wij Nederlanders het waterpeil van het IJssel- en Markermeer sterk kunnen beïnvloeden als we dat willen. De veronderstelling, dat de waterstand 1,4 m hoger kan worden dan normaal, berust erop dat wij dat als land toelaten. Het is daarnaast de vraag of zeven weken lang het in stand laten deze 1,4 m extra waterpeil een scenario is wat grootschalige dijkverzwaring rechtvaardigt en honderden miljoenen gaat kosten. Zeker nu er in 2020 een eerste pompgemaal in de Afsluitdijk wordt gerealiseerd om de zeespiegelstijging op te vangen in plaats van een derde spuifaciliteit (wat ook volgens RWS beduidend goedkoper is). Gemalen kunnen 24 uur per dag pompen, juist ook als er niet gespuid kan worden.
Ook moet de vraag meegenomen worden of de koppeling van het peil tussen het IJssel- en Markermeer niet eerder moet worden losgelaten dan na 2050, zoals aangegeven in DP2015 (zie ook CPB rapport).


Keuzevraagstuk peilbeheersing dmv pompen versus dijkverzwaring

Redenerend vanuit de hiervoor beschreven maatgevende 1,4 m hogere waterstand zijn de keuzes:
(1)    Meer pompcapaciteit (zodat langdurig hoge waterniveau’s in het Markermeer niet voorkomen);
(2)    Grootschalige dijkverzwaring (consequentie: grote aantasting van 800-jarige Zuyderzeedijk);
(3)    Innovatieve versterkingsmethoden (om aantasting Zuyderzeedijk grotendeels te voorkomen);
(4)    Een optimale mix van het bovenstaande.


Meer pompen en minder dijkverzwaring als optie is niet officieel verkend

Uit studies is gebleken dat het structureel met 1,5 m meestijgen van het IJsselmeerpeil met de veronderstelde zeespiegelstijging op lange termijn te kostbaar is (Deltacommissie). Om het effect van de zeespiegelstijging op korte termijn te compenseren komen er nog vóór 2020 twee pompgemalen in de Afsluitdijk. Vanwege de, naar verwachting, verder voortgaande zeespiegelstijging zijn we als land gedwongen die capaciteit verder uit te bouwen, omdat pompen in toenemende mate spuien moet gaan vervangen. Men voorziet dat deze capaciteit in de jaren 2030 en 2050 moet worden uitgebreid. De historie van ons land herhaalt zich.

Het grote voordeel van pompen is dat deze effectieve, continue en anticiperende waterpeilbeheersing mogelijk maken, waardoor voorkomen kan worden dat het waterpeil gedurende langere periode 1.4 m hoger dan normaal kan worden en bovendien zeven weken lang niet afgevoerd kan worden.
Ons is geen formeel besluit en onderliggend document met kosten/batenanalyse bekend, waarbij de afweging in de verschillende mixen tussen waterpeilbeheersing en dijkverzwaring concreet en expliciet is uitgewerkt. Wel zijn er positieve verkenningen van het CPB en Ecorys.

Een veel gebruikt argument om de pompcapaciteit niet versneld uit te breiden zijn de te hoge kosten. Daar tegenover staan de volgende feiten:
(1)    De uitbreiding van gemalen naar meer dan de geplande twee in 2020, moet er vanwege de voortgaande zeespiegelstijging toch komen en is al voorzien. Versnelling van de capaciteitsvergroting is een reële optie en technisch mogelijk;
(2)    De begrote kosten van de dijkverzwaring kunnen veel hoger uitvallen (verzwaring van het dijktraject Enkhuizen-Hoorn is 2 tot 3 x zo duur geworden dan was gepland). Bovendien is het dijktraject Hoorn-Amsterdam maar een onderdeel van het dijkenstelsel van het IJssel- en Markermeergebied, zodat verdere dijkverzwaringen ook aanvullende kosten betekenen;
(3)    Ecorys heeft in een studie berekend dat de keuze voor waterpeilbeheersing met pompen de helft kost vergeleken met dijkverzwaring in het totale IJssel- en Markermeergebied.
(4)    De kosten van de aanleg van pompen zijn veel beter te beheersen dan ingewikkelde dijkverzwaringen.


Conclusie: Optimaliseren mix tussen pompen en dijkverzwaring is dringend noodzakelijk


Er is alle aanleiding om op basis van “joint fact finding” een objectieve kosten/batenanalyse te maken van de mogelijke combinaties van dijkverzwaring en pompen (=voorkomen dat het maatgevende waterpeil van 1,4 m zeven weken lang voordoet). Versnelling van de uitbreiding van de pompcapaciteit in de Afsluitdijk biedt dat perspectief. Vanuit ons toekomstperspectief als land en onze verplichtingen aan ons nageslacht, moeten wij zorgvuldig omgaan met zowel financiële middelen als ons nationale erfgoed.

Saturday, 4 April 2015

In het nieuws

NRC 2 april 2015

(klik aan voor groter formaat)



Noordhollands Dagblad 3 april 2015


Technieken uit de ruimtevaart  kunnen toegepast worden voor het meten van de stabiliteit van dijken, tegen aanzienlijk lagere kosten.